Publicatie: Tijdschrift voor Aannemingsrecht

Recent is in het Tijdschrift voor Aannemingsrecht een noot verschenen van mr. Christophe Van Mechelen.

In haar vonnis van 16 maart 2016 sprak de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Ieper zich uit over een ogenschijnlijk banaal schadegeval in gevolge van het wegzakken van een vrachtwagen (trekker en oplegger of anders een betonmixer trailer) op een werfweg. Het vonnis betrof een beroep tegen een vonnis dat op 6 mei 2014 werd gewezen door de Politierechtbank te Ieper.

De eerste rechter en naderhand de beroepsrechter dienden zich uit te spreken over diverse vraagstellingen.

Eerstens betrof het de vraag wie aansprakelijk is voor een schadegeval op een werfweg en de hiermee gepaard gaande schadeposten. Doordat de schade werd veroorzaakt op een ogenblik dat de vrachtwagen op de werfweg reed, was de betonleverancier de mening toegedaan dat de hoofdaannemer – afnemer van het beton et aanlegger van de werfweg – aansprakelijk was en deze alle geleden schade diende te vergoeden.

Tweedens diende eveneens een antwoord gegeven op de mogelijke winstderving die de betonleverancier leed. Immers, naar zijn oordeel deed de hoofdaannemer-afnemer, als gevolg van het ongeval niet langer een beroep op de diensten van de betonleverancier en zag deze laatste zich geconfronteerd met het gegeven dat er niet langer beton werd afgenomen. De betonleverancier vond dat hij hierdoor een substantiële schade leed.

 

De rechtsvragen worden uitgebreid besproken in de noot.

(Rb. West-Vlaanderen, afdeling Ieper, 16 maart 2016, T. Aann. 2016/4, 377-391, met noot Christophe Van Mechelen)

VLVM-gekozen-logo